DAGBOEKHOUDER
Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam 2018

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010–2011–
2012–2013–2014–2015–2016–
2017–2018


Om naar het begin van de pagina te gaan: klik op =0=

Augustus

Finale
Ton Korver neemt afscheid
als Dagboekhouder

Nawoord

Juni

Opruimen

Mei

Huisvesting

Wraak

Ich bin ein Terrorist

Vangen

Oorlog

Water en wijn

Landing

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 63
maart - april 2018

Dagboekhouder 62
januari - februari 2018

Dagboekhouder 61
november - december 2017

Dagboekhouder 60
september - oktober 2017

Dagboekhouder 59
juli - augustus 2017

Dagboekhouder 58
mei - juni 2017

Dagboekhouder 57
maart - april 2017

Dagboekhouder 56
januari - februari 2017

Dagboekhouder 55
november - december 2016

Dagboekhouder 54
september - oktober 2016

Dagboekhouder 53
juli - augustus 2016

Dagboekhouder 52
mei - juni 2016

Dagboekhouder 51
maart - april 2016


Dagboekhouder 50
januari - februari 2016

Dagboekhouder 49
november-december 2015

Dagboekhouder 48
september-oktober 2015

Dagboekhouder 47
juli - augustus 2015

Dagboekhouder 46
mei - juni 2015

Dagboekhouder 45
maart - april 2015

Dagboekhouder 44
januari - februari 2015

Dagboekhouder 43
november - december 2014

Dagboekhouder 42
september - oktober 2014

Dagboekhouder 41
juli - augustus 2014

Dagboekhouder 40
mei - juni 2014

Dagboekhouder 39
maart - april 2014

Dagboekhouder 38
januari - februari 2014

Dagboekhouder 37
november - december 2013

Dagboekhouder 36
september - oktober 2013

Dagboekhouder 35
juli - augustus 2013

Dagboekhouder 34
mei - juni 2013

Dagboekhouder 33
maart - april 2013

Dagboekhouder 32
januari - februari 2013

Dagboekhouder 31
november - december 2012

Dagboekhouder 30
september - oktober 2012

Dagboekhouder 29
juli - augustus 2012

Dagboekhouder 28
mei - juni 2012

Dagboekhouder 27
maart - april 2012

Dagboekhouder 26
januari - februari 2012

Dagboekhouder 25
november - december 2011

Dagboekhouder 24
september - oktober 2011

Dagboekhouder 23
juli - augustus 2011

Dagboekhouder 22
mei - juni 2011

Dagboekhouder 21
maart - april 2011

Dagboekhouder 20
januari - februari 2011

Dagboekhouder 19
november - december 2010

Dagboekhouder 18
september - oktober 2010

Dagboekhouder 17
juli - augustus 2010

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 

Finale

Beste mensen,

Dit is de laatste entry van uw Dagboekhouder. De puf is eruit, de gezondheid en de vermoeidheid zorgen voor steeds meer en steeds regelmatiger haperingen en eerlijk gezegd, mijn afstand tot de wereld groeit ook. Vandaar, en aangevuld met de laatste entry (een Nawoord bij een boek over Marx dat hiermee qua substantie wel af is) hebben jullie hoop ik vanuit die hoek op jullie begrip te mogen rekenen. Meer nog, ik hoop op weerwoord op dit nawoord, want zonder weerwoord blijft het een slome boel.

En dank voor jullie leesinspanningen en wat daar zo bij komt kijken.

Dat het jullie goed gaat

Ton Korver

 

 

Nawoord

Identitaire bewegingen, van Deense sociaaldemocraten via Pegida tot en met, bij ons, de kruimeltjes van het Identitair Verzet hebben het woord identiteit gekaapt, hebben er een onveranderlijk en kostbaar, met bloed en bodem doordrenkt, relikwie van gemaakt.

Ze hebben zich bereid verklaard hun brouwsel tot de laatste ademtocht met man en macht, te vuur en te zwaard, te verdedigen. In het belang van hun kinderen (over kindermisbruik gesproken!) want ergens moet je toch de verbinding met het maatschappelijk draagvlak zien te leggen – dat verwante brouwsel dat evenmin bestaat maar wel in de lucht wordt gehouden door een kongsi van laffe politici en benarde burgers die menen dat als zij geen rottigheid veroorzaken de consequenties van alle rottigheid in de wereld dan ook niet in hun buurten mogen landen. Vaak zijn het dezelfde burgers die menen dat aanpassing eenrichtingsverkeer is, en die menen dat zij hun richting altijd al goed hadden gekozen, gewoon omdat ze er het eerder waren. Elk ander verkeersgebruik gaat tegen de stroom in en moet verboden worden. De identitaire familie is groot, bedoel ik maar te zeggen. De familie ziet nog altijd groeikansen. Daar zouden ze best eens gelijk in kunnen hebben, al was het maar omdat het aantal gevraagde aanpassingen sneller stijgt dan de ruimte (sociaal, temporeel en geografisch) waarbinnen ze kunnen worden gerealiseerd.

Er is één gemeenschappelijke noemer waaronder we ruimteproblemen en aanpassingsgebreken kunnen scharen. Dat is de noemer van het eigendom. Wie me vraagt – ik vraag het aan mezelf, vandaag, nu ik deze regels schrijf op 7 augustus 2018 – wat het schrijven van dit boek me aan inzicht heeft opgeleverd krijgt dit als antwoord. Eigendom. Met eigendom doel ik op eigendom als een vorm van sluiting en op de oprukkende positionele component in elk eigendom. Met sluiting geef ik aan dat, gegeven eigendom, de manoeuvreerruimte voor aanpassingen moeilijker te benutten is. Moeilijker, maar zeker niet onmogelijk. Het wordt pas echt moeilijk (niet onmogelijk, onmogelijk is niets) bij positioneel eigendom, het eigendom dat ik (de geografische dimensie) heb en jij niet, omdat (de sociale dimensie) en voor zolang (de temporele dimensie) jij het niet hebt. Verdediging van de ruimte door privatisering, vestiging van gebruiksrechten en ‘identiteit’ aan de ene kant en ontzegging van toegang, sluiting van de grenzen en morrelen aan het recht op toegang zijn aan de andere kant, tekenen het treurige gezicht van de dynamiek van deze beweging en tegenbeweging.

Inmiddels breidt de sfeer van het eigendom zich verder uit – de globalisering en het net dat het spant zijn nog lang niet uitgewerkt – en daarmee ook de positionele actie en reactie. Burgers zijn klanten en internetgebruikers en de sporen die ze nalaten heten data die worden opgeslorpt, verpakt en herverpakt (inderdaad, net zoals opgeknipte en verknipte financiële transactiedata) door marketingbureaus, advertentieruimtekopers, adverteerders, politieke partijen, regeringen, geheime diensten en verder door iedereen die er ook iets aan meent te kunnen verdienen. Het verschil tussen burger en klant is geen rolverschil meer (hoewel een rechtsstaat op uitgerekend dat verschil is gebouwd), het is nog slechts een verschil waar derden mee rekenen om voor jou de voordeligste en aantrekkelijkste propositie op te stellen opdat je je die laat aansmeren – want dat die er is, is de overtuiging van deze tijd, en dat die er is, is tegelijk de leugen van deze tijd (Morozov 2013).

Ik begon dit boek met een andere gedachte, een traditionelere. Die was dat het niet het eigendom aan te rekenen is, dat we in de problemen (aarde, klimaat, de vrijheid van bewegen – zeker als de nood ons prest) zijn gekomen maar de kapitalistische productieverhoudingen (waarvan zoals Marx in 1859 opschreef de eigendomsverhoudingen ‘slechts’ de juridische uitdrukking zijn). Ik heb lange tijd in de naïeve overtuiging geleefd dat de productieverhoudingen de eigendomsverhoudingen zo zouden polariseren dat beide – productieverhoudingen zowel als eigendomsverhoudingen – daar aan zouden overlijden. Er wordt overigens nog steeds zo gedacht (Precht 2018). Ik ben bang dat dergelijk denken gebaseerd is op de hoop dat ergens nog een plekje is dat eigendomsvrij gehouden kan worden. Ik wil niet uitsluiten dat er zo’n plekje is, ik wil wel uitsluiten dat zo’n plekje er is voor hen die via onze grotendeels geprivatiseerde openbaarheid ons voor de nefaste aspecten van eigendom waarschuwen.

Ze (ik hoor er bij, ik heb het niet alleen over de anderen, met wie ik me althans in de geest verwant voel) kunnen het gevaar niet ontlopen dat ze met hun kritiek op het eigendom het eigendom een dienst bewijzen. Ik hoop dat dit boek desondanks de nodige kritische brandstof voor een vreugdevuur ter verbranding van de ijdelheden van het eigendom heeft aangedragen en in ieder geval enige brandstof.

Ik gebruik de metafoor van de brandstof met opzet. Het neoliberalisme is verantwoordelijk voor een wereldwijde veenbrand, de positionele backlash dreigt de wereld boven het veen in de fik te steken. Het laatste is de wereld van Donald Trump. Hij denkt daarmee, aangemoedigd en gesteund door zijn identitaire legertjes her en der, de veenbrand te blussen. Hij vergist zich. Een brand blussen, welke dat ook is, is geen kwestie van het sluiten van een ‘deal’ omdat een deal denkt in oplossingen – dat er voor alles een oplossing is – en ons probleem geen probleem van oplossingen is.

Ons probleem is het probleem van vragen met onbekende – en wie weet onkenbare – antwoorden en ons probleem is de erkenning dat we eerst weer moeten leren de tijd te nemen en de expertise te mobiliseren om vragen te stellen zonder voorgebakken antwoorden, en ons probleem vereist de erkenning dat wie met oplossingen begint dat alleen maar kan doen door uitgerekend die vragen en de kunst van het stellen van vragen te onderdrukken of, in de meest vriendelijke variant, ze en het tot sint-juttemis uit te stellen. Laat ik dat de Eric Wiebes variant noemen, de variant die de kool en de geit spaart, tot op het dag dat er noch kolen noch geiten zijn om nog te sparen. Dat is dan ongetwijfeld de dag dat sint-juttemis, de heilige zonder feestdag omdat de heilige zelf niet bestaat, zal worden herdoopt tot eric-wiebes. In ons land en zo passend bij onze identiteit. Tegelijk is daarmee het zeurende probleem van de afwezige heilige ook weer opgelost. Nee, het gaat niet goed met het geloof en ja, het gaat meer dan uitstekend met het bijgeloof. Het gaat niet goed met het nieuws en het gaat uitstekend met het nepnieuws.

De titel van dit boek is ‘Alle Tijd’. Hij drukt uit dat alle economie over tijd gaat en dat onze kapitalistische economie niet zal stoppen voordat het over alle tijd die we hebben beschikt – of die tijd ergens voor gebruikt wordt is niet meer dan één van de vele onzekerheden die ons bij de tijdles van de kapitalistische economie houdt. Nu we zelf het product zijn raakt het kapitalisme aan het einde van zijn missie – en aan het einde van zijn mogelijkheden. Niet iedereen is even somber (ik denk aan Posner en Weyl 2018), maar hun optimisme is het optimisme van Henry George – het optimisme dat bij een juist ontwerp van ‘vooruitgang’ de ‘armoede’ zal worden teruggedrongen, zo niet uit de wereld kan worden gebannen, het optimisme dat hoe sympathiek ook teveel inconsistenties met zich meetorst om het langer dan het enthousiasme van een kleine kring van volgelingen duurt vol te houden. Dat kan nog knap lang zijn overigens. Inderdaad, precies zoals in het geval van Henry George en zijn nog altijd (nu ruim 120 jaar na zijn dood) bestaande aanhangers. Niettemin, het irriteert. Er zijn belangrijker, urgenter, bedreigender problemen.

We leven in een wereld waar reeds talloos veel miljoenen die productmatig oninteressant zijn en over de rand van het nog net leefbare leven worden geduwd (Harari 2017: 257-290). Het is een oude wet dat wat het eigendom niet kan uitsluiten dan maar door de maatschappij (en in het bijzonder het repressieve staatsapparaat van de maatschappij) moet worden uitgesloten. Dat wordt in deze dagen van de democratie van meerderheden politiek nog wel een dingetje. Op een gegeven moment zijn de externe vijanden op en wordt de jacht op interne vijanden geopend, en dat doet eerst de minderheden pijn maar vroeger of later moet de meerderheid bij zichzelf op de koffie. De identitairen waren er altijd al mee bezig. Lopen ze ook een keer voorop, zij het in achterwaartse richting. En, als gezegd, ze zullen zichzelf tegenkomen want losers shall be losers. 

Als alles product is, is productiviteitsverandering alleen nog mogelijk door wat het ene product erbij krijgt weg te halen bij het andere. Dat hebben we gezien, de laatste decennia. Zelfs de definitie van productiviteit is aangepast om de financiële economie in het zonnetje te zetten en de reële het gelag te laten betalen. Het product van de reële economie stagneert en daalt ook her en der, het financiële product veert na elke tegenslag op door het reële product leeg te eten en zo z’n parasitaire groei te financieren. Overheden en centrale banken, de EU, de Eurogroep (ach, die arme Dijsselbloem), de verzamelde statistische machten en de ECB voorop, springen in het parasitaire gelid (Varoufakis 2017) en verergeren de zaak. De macht van het argument wordt overal ontkracht door het argument van de macht en dat is geen argument, dat is macht (Flyvbjerg 1998). De macht om snelle oplossingen te forceren, de macht om het stellen van vragen te vertragen tot de vraag zich aan de macht heeft aangepast. Des te krampachtiger wordt daarom de heilige economische groei opgeroepen en aanbeden, en des te meer blijkt dat het diezelfde heilige graal is die elke oplossing voor wereld, klimaat en bewegingsvrijheid in de weg staat (Raworth 2017). Inderdaad, de missie van het kapitalisme loopt op z’n laatste benen.

De mogelijkheden van het kapitalisme ook en dan denk ik in de allereerste plaats aan de religie van het kapitalisme, de zich noemende economische wetenschap en de daaraan gekoppelde droom van een liberale democratie, de droom die dacht rechtsstatelijkheid en meerderheidsdemocratie in balans te kunnen houden omdat uiteindelijk niemand gelijk had en we dus in eeuwig gesprek met elkaar zouden moeten blijven, niet om ‘de’ oplossing te vinden maar om elke oplossing gelijke kansen te bieden – een permanente veiling van oplossingen, vergelijkbaar met de permanente veiling van eigendommen waar Posner en Weyl (o.c. 2018) hun ziel en zaligheid aan hebben verkocht. De religie is failliet, de droom is hoon geworden. De religie was marktreligie en er zijn geen markten meer en het wonder van de onzichtbare hand van het marktmechanisme wordt opgezogen door het al te zichtbare mechaniek van het platform (Srnicek 2017: 30-59): het advertentieplatform, het cloud platform, het industriële platform, het productplatform en het ‘lean’ platform à la Uber en Airbnb. Prijzen bestaan nog amper, hun functie is ingepikt door prijsvergelijkers, platforms die bijbeunende acteurs en cabaretiers inlijft in de warenkermis van warenhuis Nederland. En daarbuiten, ook daar.

We hadden ooit prijzen om per kwaliteit zelf tot een verstandige afweging te komen. De kwaliteit is al lang bezweken onder de universele fraude van het totale bedrijfsleven – welwillend gadegeslagen door een onmachtige toezichtindustrie. Productinformatie is het veld waarop de leugen absolute heerser is. De prijsvergelijkers bieden de illusie van een prijs/kwaliteitsvergelijking, maar ook niet meer dan dat en hen erop aanspreken lukt al helemaal niet. Er is een dringende behoefte aan een nieuw initiatief: Follow the Fraud. 

Het succes van Amazon is dat dit bedrijf aan vrijwel al deze platformtypetjes een plek in zijn bedrijfsvoering heeft weten te geven en als je ergens bij hen dan nog niet uitkomt, dan heeft het bedrijf altijd nog zijn ‘Mechanische Turk’ in de aanbieding. Het platform is met dit al de status van metafoor ontstegen en heeft de status van realiteit verworven. Wir wissen es nicht aber wir tun es. En nu we er langzaam achterkomen, doen we het nog steeds. Waarom? Platforms zijn datagedreven, wij zijn als gebruikers de dataproducenten, de data worden opgepikt door platforms van allerlei snit. Platforms vertrouwen op het netwerkeffect: als genoeg mensen (als producten) het willen omdat het bijvoorbeeld gratis is, dan willen nog veel meer mensen het en als genoeg mensen erom vragen is het niet moeilijk weer andere mensen (als producten) te vinden die het willen aanbieden – en dan is het niet meer gratis. De aanbieder ontvangt een fooi, het platform het leeuwendeel. Per slot, het is en blijft kapitalisme dus het product (hier: het platform) wint de prijs en de activiteit (de arbeid van de uitvoerder) ontvangt hooguit een troostprijsje – om de moed niet te verliezen. Het oprukkende platform vermorzelt de markt – alleen sektariërs in economenland geloven nog in markten.

Het platform is inherent monopolistisch maar de veelheid van soorten platforms kennen alle hun eigen verdienmodel en concurreren elkaar de tent uit. Er is nog altijd strijd tussen monopolie en concurrentie – de uitkomst staat niet vast (Srnicek 2017: 60-78). Hijzelf denkt dat Amazon betere kaarten heeft dan Facebook en Google, maar dat ook zo weer veranderen. Dat heb je met concurrentie en monopolie, met de concurrentie om het monopolie. Moeten we dan maar afwachten? Srnicek hoopt op wat hij noemt ‘public platforms’ – platforms in bezit en beheer van het publiek. Wat dat ‘publiek’ is, behalve dat het zeker niet de staat is of door de staat wordt gerepresenteerd, blijft een open vraag. Ik beschouw dat maar als een negatieve aanwijzing voor de samenhang van de religie van de economie en de droom van de politieke democratie.

De grootste uitdaging, ook hier deel ik de mening van Srnicek en Morozov, ligt in de herovering van de openbaarheid, de herovering van de publieke zaak. Dat loopt van de al genoemde productinformatie en de daarop parasiterende platforms van adverteerders, en marketeers en prijsvergelijkers, tot en met het beëindigen van de permanente, opdringerige en lawaaiige vervuiling van de openbare ruimte, waaronder de ruimte van de ‘media’. Alle beetjes helpen, de ruimte van de publieke zaak zal ervan opfrissen.

7 augustus 2018

=0=

 

 

Opruimen

In Buitenhof hoorde ik minister Wiebes zeggen dat liberalen van mening zijn dat je zelf je eigen geld moet verdienen en dat je zelf je eigen rommel moet opruimen.

Ik vind het een fascinerende combinatie. In het verband van uitgerekend deze combinatie denk ik aan het Coase-theorema. Economen kunnen het onderling nooit eens worden over wat het Coase-theorema precies impliceert maar dat het over het niet opruimen van je eigen rommel gaat, en dan maar zien hoe lang je daarmee wegkomt, daar zijn ze het weer wel over eens. De onenigheid gaat niet daarover, de onenigheid gaat over hun Panglossiaanse wereldbeeld, het wereldbeeld dat alles altijd op z’n pootjes terecht gaat komen en dat het goed is. Volgens mij is dat de klassieke liberale onverantwoordelijkheid ten voeten uit. Gooi het over de schutting!

En daar zit de pijn, want vind maar eens een oplossing voor het probleem van het theorema die het Panglossiaanse optimisme, in het geval van bijvoorbeeld milieuvervuiling, waarvoor de gemeenschap opdraait en in het geval van andere ongewenste externe effecten waarvan de rekening alweer door de gemeenschap moet worden voldaan, nog bewaarheid laat worden ook. Het lukt je wel om ermee weg te komen, het lukt niet om te doen alsof dat goed is voor iedereen. Je kunt net zo goed proberen aan te tonen dat het kapitalisme goed voor het milieu is.

Dat is nou het aardige van Wiebes. Hij is de man die van onopgeruimde rommel een business case, een verdienmodel, gaat maken. ‘Dirt is matter out of place’, verklaarde de antropologe Mary Douglas – en zo is het ook. Geef vuil de juiste plek en vuil is niet langer vuil. Het is bruikbaar, nuttig, nodig en als we erin slagen het nut te vinden, de nood aan te spreken en het gebruik te reguleren dan zijn we waar we wezen willen. Bij de markt, bij de regelstructuur die nut, nood en gebruik op de meest profijtelijke manier, op de Panglossiaanse manier, aan elkaar weet te knopen.

Wiebes sprak van innovatie, het toverwoord om de publieke knip open te krijgen en vervolgens het publiek nogmaals te laten betalen voor de dingen waar het eerder ook al voor betaald had. Het is de truc van de publieke omroep, die iets wat al lang met behulp van publiek geld gestart is achter een startknop wil verbergen om het publiek dat de publieke omroep betaalt nogmaals te laten betalen als het de startknop in werking wil zetten. Zeg tv en je krijgt reclame. Zeg openbare ruimte en je krijgt reclame. Zeg innovatie en je krijgt publiek geld. Ik noem het een farmaceutisch model. Je kunt het ook een militair-industrieel complexmodel noemen maar dat is voor ons land net een straaljager te ver.

Het publiek twee keer laten betalen, dat is kapitalisme à la Wiebes. En dan moet je nog wel als burger je eigen rommel opruimen en dan moet je ook nog eens als burger/belastingbetaler zoveel geld verdienen dat behalve het opruimen van de huidige rommel ook de innovaties om de toekomstige rommel van het bedrijfsleven op te ruimen uit jouw inkomen kunnen worden gefinancierd. Nee, maak je niet dik, we romen het bedragje gewoon bij je af, je merkt er vrijwel niks van en als er bij jou niets valt af te romen dan betaal je maar met de voorzieningen die je dan niet meer krijgt.

4 juni 2018

=0=

 

 

Huisvesting

Het CPB beweert dat je vluchtelingen moet huisvesten waar het werk is. Dan komen ze sneller aan het werk. Bij het CPB zijn ze niet op hun achterhoofd gevallen. Maar toch, de gedachte dat je vluchtelingen misschien moet huisvesten waar huisvesting is blijft knellen. Evenals de gedachte dat waar werk is de huisvesting kan tegenvallen. Bij huisvesting geldt dat bij hoge vraag niet het aanbod maar de prijs stijgt. Een hoge prijs schrikt sommigen af en lokt anderen, en dat is goed, daar zijn prijzen voor. Toch?

Stijgende prijzen bij niet-stijgend aanbod zijn de opmaat voor verdringing. De huizenmarkt is, met dank aan minister Blok, een verdringingsmarkt. Meer aanbod is, bij toenemende vraag, de marktconforme reactie op schaarste. Meer verdringing is, bij toenemende vraag, de marktconforme reactie op tekorten. Als er een tekort is, aan ziekenhuisbedden bijvoorbeeld, dan krijg je wachtlijsten. Maar beweer je dat er helemaal geen tekort aan ziekenhuisbedden is, dat het tekort slechts schijn is, dan kun je aanbevelen ziekenhuisbedden te gaan beprijzen – en dan zul je zien dat tal van zieken die eerst om een ziekenhuisbed vroegen dat nu niet meer doen. Probleem opgelost. Je moet er gewoon een markt van maken en als het met de markt niet onmiddellijk lukt dan moet je er meer markt van maken en desnoods nog meer, net zo lang tot tegenover elk aanbod de juiste koopkrachtige vraag staat.

Een tekort bestrijd je met meer aanbod en met, gedurende de tijd die het vergt om het aanbod uit te breiden, rantsoeneringsregels zoals wachtlijsten en andere vormen van administratieve toewijzing. In woonland Nederland zorgden de woningcorporaties daarvoor maar die zijn voor elke rechtgeaarde neoliberaal een onoverkomelijk probleem. Corporaties zijn net als pensioenfondsen (‘onderlinges’) noch helemaal privaat noch helemaal publiek. Neoliberalen vinden dat je of aan de kant van de private onderneming moet staan of aan de kant van het staatsbedrijf, maar niet ergens er tussenin.

Als de private onderneming geen belangstelling toont en er toch iets moet gebeuren – denk aan tijd- en geldslurpend onderzoek met onzekere resultaten – dan moet het maar naar de staat. Tot de private onderneming wel belangstelling krijgt natuurlijk. Dan spreken neoliberalen van particulier initiatief en dat moet je de ruimte geven, de ruimte die het eerst afsloeg en nu opeist alsof het zo hoort. Het hoort zo. Het is geen initiatief, het is een reactief, het is bekende patroon van private toe-eigening van publieke middelen. Het initiatief zit ergens anders. Het is het initiatief om de rommel die nu eenmaal bij het maken en verhandelen van dingen hoort over de schutting van de buren te gooien, het is het initiatief dat de opbrengst privatiseert en de overlast en de schade socialiseert. Dat ontkennen neoliberalen overigens ook niet, het valt bij hen onder het leerstuk van de efficiënte markten. Dat is het leerstuk dat zegt dat in de prijs van iets alle beschikbare relevante informatie correct is verwerkt. Dus ook de informatie over de risico’s waarvoor de staat heeft betaald en de informatie over de schade door ongewenste externe effecten, waarvoor opnieuw de staat betaalt. De staat is in dit geval de verzameling burgers, niet de verzameling bedrijven. En toch, gegeven efficiënte markten functioneert alles altijd optimaal in de optimale wereld. Het is de natte droom van dokter Pangloss.

Bovendien, wanneer de efficiënte markt niet werkt komt dat door een te weinig aan markt, niet door een teveel aan markt. We komen nu bij de schoonheid van de tautologie, een schoonheid die velen niet kunnen zien omdat zij meer aan ethiek (van de rechtvaardige verdeling) dan aan esthetiek (van het glanzende systeem) hechten. De tautologie houdt in dat, omdat de enige informatie die altijd juist is de informatie van de markt is (omdat we dat zo gedefinieerd hebben), gebrekkige informatie daarom nooit van de markt kan komen en zo spoedig mogelijk vervangen moet worden door informatie van de markt. Marktinformatie is schaarste-informatie en verdringt tekort-informatie. Schaarste is een veeleisende meester; schaarste is pas tevreden als niet het tekort (waarvoor het blind is) maar de taal van het tekort (die het orkest van de Panglossiaanse harmonie verstoort) is uitgeroeid.

Hoe je dat doet is zo moeilijk niet. In het Parool van vandaag licht de directeur van woningcorporatie De Alliantie toe dat het best kan. Je moet, zegt hij, duurdere huurwoningen, in de Pijp bijvoorbeeld, verkopen en daar meer en goedkopere huurwoningen ergens anders voor terugbouwen. Hij heeft het over sociale huurwoningen die nu nog binnen de Ring staan en in de toekomst alleen nog buiten de Ring gebouwd gaan worden. Hij heeft het over woningen die niet duur zijn omdat ze duur zijn maar die duur zijn geworden omdat waar gedrongen wordt verdringing niet kan uitblijven. Zegt hij. Mensen, noem ze vluchtelingen, die geen dure huurwoning kunnen betalen laat je binnen de ring werken, want daar is het werk, en buiten de ring huisvesten, want daar is de huisvesting. Het CPB kan het zo voor je doorrekenen. Doen ze met liefde want zelf zagen ze ook wel in dat hun geniale intuïtie over werk en huisvesting eigenlijk niet over huisvesting ging.

Je moet de markt gewoon een beetje helpen en dan zie je dat wat het lichtst weegt als eerste naar de bodem zakt en dat wat het zwaarst weegt als eerste komt bovendrijven.

24 mei 2018

=0=

 

 

Wraak

De cliënt heet Wilders. Hij moet terecht staan. Hij vindt dat hij niet terecht moet staan en dat als hij dan toch terecht moet staan Pechtold ook terecht moet staan.

Pechtold heeft de Russen even erg te grazen genomen als hij, Wilders, de Marokkanen. En daarom is het niet eerlijk dat hij wel en Pechtold niet terecht staat. En daarom moeten de rechters worden gewraakt. Het is alsof jij een bon voor doorrijden bij een rood stoplicht krijgt en de fietser naast jou, die ook door rood reed, niet. Dat is willekeur, vooringenomenheid, het is een aanval op de rechtsstaat en daarom hoef je van Wilders niet te betalen, totdat de politie je kan uitleggen waarom jij wel de klos bent en die andere fietser niet. Of zoiets.

Ik hoorde woorden van gelijke strekking uit de monden van de heer en mevrouw Knoops komen. Zij zijn advocaten, zij verdedigen Wilders en net zoals Wilders de rechtsstaat verdedigt doen zij dat ook. Nee, de vooringenomen rechters mogen tijdens de zaak niets op tv zeggen, dat voorrecht is voorbehouden aan de advocaten. Het slachtoffer (Wilders is altijd slachtoffer) mag dat ook maar daar heeft hij geen zin in. Zijn situatie is benard en omdat zijn situatie mede door en trouwens ook volgens zijn voortreffelijke advocaten ons aller situatie zou moeten zijn, zitten wij met de situatie van een parlementariër die het parlement een nepparlement vindt, die de regering in de persoon van de premier op landverraad betrapt, die omdat hij terecht staat alleen al vanwege dat feit zeker weet dat de rechtspraak in Nederland net zo partijdig is als de politieke partij D66, die weet dat elk proces tegen hem een politieke proces is, die de vrijheid van meningsuiting selectief toegepast wil zien, die de het recht op vereniging selectief toegepast wil zien, die het recht op vrijheid van godsdienst selectief toegepast wil zien, die het recht op vrijheid van meningsuiting selectief toegepast wil zien, die van de rechtsstaat een gotspe maakt – nu zitten wij dus met de situatie van een parlementariër die zich op de borst klopt omdat toch maar mooi weer eens bewezen is dat rechters die hem in de rechtszaal krijgen niet deugen en dat het ook niet deugt als niet alleen hij maar ook Pechtold wordt gedaagd omdat als het proces tegen hem politiek is, het proces tegen Pechtold ook politiek zal zijn en politieke processen, dat zijn processen tegen het zere been van de rechtsstaat en hoewel de rechtsstaat dat zelf niet weet, Wilders en zijn advocaten en de rechtbankverslaggever van de Telegraaf weten het wel, en rechtsgeleerden als Ellian en Cliteur weten het ook.

Ik lees dat een politica van het Vlaams Belang een aanklacht tegen de koran in gaat dienen. De koran is tegen de mensenrechten zoals we die in Europa begrijpen en dat kan niet. Het kan ook daarom niet omdat je de koran niet mag interpreteren (hoe die moslims dat toch elke dag weer klaarspelen om iets te lezen zonder een spoor van interpretatie, het is een raadsel, het is wonder – daar heb je een religie voor nodig om dat te snappen en het te kunnen) en de brave lezers ervan daarom niets anders kunnen doen dan uit te voeren wat en zoals het er staat (alweer een wonder) en zij vindt dat deze performatieve koran in onze democratische rechtsstaat niet kan en niet past. Het is alsof ik Geert hoor zeggen: ‘dan gaan we dat regelen’, dat performatieve zinnetje waarmee Geert zichzelf een opdracht gaf die hij als Kamerlid nog uit kan voeren ook, en het is alsof er een tv-belang bij is om dat zinnetje of een zinnetje met vergelijkbare performatieve strekking, te negeren en daarmee het verschil Wilders/Pechtold weg te poetsen. Want daar ging het niet over, in de praatprogramma’s op tv.

Niet getreurd, fascinerende tv genoeg. De studio als vervangende rechtbank zonder rechters maar wel met, precies zoals bij de rechtbank, meneer en mevrouw Knoops netjes naast elkaar. Overigens, of het wel helemaal goed zit tussen meneer en mevrouw Knoops weet ik niet. Is het verdedigen van Wilders, met alle publiciteit van dien, wel goed voor hun relatie?  

Ik heb steeds vaker de indruk dat meneer Knoops van mevrouw Knoops niet in z’n eentje mag aanschuiven bij die gezellige praatprogramma’s. Zij wil mee. Zij gaat mee. Als je mij wilt hebben, heeft meneer Knoops van haar geleerd te zeggen, moet je haar ook uitnodigen. En zo geschiedt. Zitten ze dan aan tafel dan merk je dat zij, als hij weer eens lang en omslachtig aan het woord is, zit te popelen om ook haar duit in het zakje te doen. Het is ongemakkelijk aandoenlijk. Twee advocaten die het beste met hun cliënt voorhebben en menen dat ze op die manier niet alleen hun cliënt maar ook de rechtsstaat dienen en daar op de tv over komen vertellen. Hun cliënt zelf is er niet bij, die heeft gewichtiger zaken te doen en bovendien, die is nog steeds bezig uit te zoeken waarom al die wrakingen zijn behoefte aan wraak maar niet stillen. Jammer voor je, Geert. Alleen echte slachtoffers kun je wreken maar rechters kun je alleen wraken – en dan krijg je nieuwe rechters.

20 mei 2018

=0=

 

 


Ich bin ein Terrorist


Nu iedere gevangene in de Gazastrook (en iedereen in die strook is een gevangene) een terrorist is en nu iedere terrorist mag worden neergeschoten, ook de terrorist die nog maar net geboren is, die nog geen stapje zelf kan zetten maar door moeder is meegenomen omdat moeders ook demonstreren en dan hun kindertjes niet alleen thuislaten, nu verwacht ik buttons en ik verwacht een # met de mededeling ‘Ich bin ein Terrorist’. Nu ja, ik verwacht …

Zelf draag ik nooit buttons (ik ben geen uithangbord) en zelf doe ik niet aan vertwittering van communicatie. Mijn eerbied voor individualiteit en mijn afkeer van intimidatie staan het me niet toe. Maar als ik afval dan blijven er nog meer dan genoeg over. Politici, burgemeesters, het grootste leger van het land (ik bedoel de ‘bekende Nederlanders’), de pratende hoofden die over alles een mening hebben en bij iedereen het meel in de mond feilloos detecteren. Maar nu even niet. Kennelijk. Blijkbaar. Zichtbaar. En nee, niet hoorbaar. Onhoorbaar zelfs, muisstil.

Hou me ten goede, de oorverdovende stilte hier is vergeleken met de onbeschaamdheid van de heersende barbaren in de VS en Israël een geschenk, een godsgeschenk mogen we wel zeggen. Vergeleken met, dat is waar het op aankomt. Vergelijken we het met de commotie over Charlie dan valt in die vergelijking niet alleen het vreemde gezelschap op dat zich over het verdriet van Charlie ontfermde.

Opvallender nog was de ferme toon, de nobele verontwaardiging, het ‘nooit meer’, het ‘wij staan schouder aan schouder’. Te mooi om waar te zijn en het was ook niet waar, het was nooit waar, het is nu ook niet waar want nu, nu is er helemaal niets, niet eens meer de gedachte aan waarheid. Waar de gedachte verdwijnt droogt de hoop op.

Alle Palestijnen in de Gazastrook zijn aanhangers van Hamas, of ze het willen of niet, of ze het zijn of niet. Men zou verwachten dat bij het horen van dergelijke uitspraken door Amerikaanse presidenten, Israëlische premiers, en hun ambassadeurs hun gehoor in hoongelach zou uitbarsten. Er zijn uitspraken die zo alternatief zijn dat ze geen alternatief meer bieden – behalve de hoon, de weerzin, de weigering ze als meer te zien dan brutaliteit.

Ik heb geen hoongelach gehoord. De zege is aan de brutaliteit.
Ich bin ein Terrorist.

16 mei 2018


 Vangen

Dat je dieven met dieven vangt is al een oude regel. Toen ex-premier Kok bij zijn intrede in de rangen van het grootkapitaal verklaarde dat de ‘exorbitante zelfverrijking’ bij de ING een ‘inhaaloperatie’ was wist je hoe laat het was.

Commissaris bij ING worden levert een boel munten op en kost niets, behalve je geloofwaardigheid. Je wou erbij horen Wim? Dat kan jongen. We geven je een stompzinnig en leugenachtig argument in handen en je ziet maar hoe je je redt. Voor wat hoort wat en wat bij ons hoort is dat je ons vertrouwen alleen wint als je je houdt aan onze code van de omerta, de vertrouwelijke zwijnenpan waarvan je het geheim meeneemt in je graf. Er is wel een weg naar ons toe, er is geen weg van ons weg.

Dieven met dieven vangen is de wervings- en selectiemethodiek bij vacatures die geen beroep doen op je competenties en die dat compenseren met een totaal beroep op je loyaliteit. Als je daartoe bereid bent, dan ben je in één klap gekwalificeerd voor tal van aantrekkelijke functies in de toezichtindustrie. Die industrie groeit en bloeit want hoe meer we dereguleren (maar net niet helemaal), privatiseren (maar net niet helemaal) en verzelfstandigen (maar net niet helemaal) hoe meer we nieuwe autoriteiten en nieuwe toezichthouders nodig hebben.

Om de verhoudingen te schetsen: je zou denken dat een toezichthoudende functie bij de DNB of de AFM hoger is dan een functie als commissaris bij de ING of een andere door staatssteun zowel geprivatiseerde als geredde bank, maar dat is niet zo. Je hebt het pas echt gemaakt als je bij de ING mag aanschuiven, of als je ABN-AMRO mag reorganiseren. Shell is ook heel aardig. Wie je daar allemaal tegenkomt, dat wil je niet weten.

Ik bedoel maar, toezichthouders bij de AFM hebben een verleden in het bankwezen of ze zien hun toekomst in het bankwezen en dus moet je ze lokken met de codes en de betalingen van het bankwezen. Hart hebben voor de publieke zaak is een handicap, daar hebben ze alleen maar last van. Loyaliteit aan de club, dat is het enige dat telt en als je goed telt, telt dat op tot een beloning die zich niet stoort aan de benepen normen die sommige politici invoeren om stemmen te winnen en die andere (‘linkse’) politici benutten om stemming te maken.

Paul Rosenmöller was een ‘linkse’ politicus en is van mening dat het salaris van de voorzitter van de AFM, dat enkele tienduizenden euro’s boven de Balkenendenorm ligt, moet blijven zoals het is. Hij acht dat meer ‘marktconform’ dan het salaris te verlagen tot die norm. Marktconform – dat was het woord dat ik zocht. Welke markt ook weer? De markt waar dieven dieven vangen met dieven, de markt van dief en diefjesmaat.

12 mei 2018

=0=

 

 

Oorlog

De moraal laat ik erbuiten. Dat met Trump geen afspraak te maken is omdat hij zich aan geen afspraak wenst te houden is een feit en moet als zodanig worden afgehandeld. Verzuchtingen en ander ongemak hebben met het feit niets van doen.

Er is een tweede feit. De oorlog van een voorganger van Trump, de oorlogsmisdadiger Bush, heeft het gehele Midden-Oosten gedestabiliseerd, het heeft onnoemelijk veel slachtoffers gemaakt, het heeft miljoenen mensen op de vlucht gejaagd – deels Europa in. De Europese medeschuldige aan de oorlog – het Verenigd Koninkrijk – ontkent net als de VS enige verantwoordelijkheid en het zal met de Brexit als aanjager de eigen grenzen verder dichtgooien. De VS en het VK bedrijven politiek als een onderneming – alles wat je niet wilt hebben kieper je over de schutting, op het erf van anderen.

Wat Trump dit keer niet wil hebben zijn de kosten van een oorlog waarvan hij vindt dat Israël die maar moet voeren. Netanyahu is daar best toe bereid, hij rekent op de steun van de VS, de VS zullen hem ook steunen – altijd goedkoper dan zelf de kastanjes uit het vuur halen. Niet iedereen in Israël is het met Netanyahu eens. Wel is iedereen het erover eens dat de kans op een oorlog in het Midden-Oosten groter is geworden. Dat Europa daarvan de weerslag van gaat ondervinden – hogere olieprijzen, verlies Iraanse afzetmarkt, stijgende vluchtelingenstromen, toenemende druk op opvangcapaciteit en opvangbereidheid – is in het geval van oorlog onvermijdelijk. America First is een strategie van een dikke vinger voor Europa. Het zou Europa sieren – niet in esthetische zin maar in de zin van ‘eer’ – als het Trump zou trakteren op een vinger van minstens gelijke dikte. Doet Europa dat niet dan zal Trump elke volgende keer, bij elke volgende gelegenheid, met nog grotere onbeschoftheid tekeergaan. En let wel, Trump beslist over welke gelegenheid hem wanneer uitkomt.

Een macht in verval is zelden een mooi gezicht. Amerika is een macht in verval, ook in het Midden-Oosten. Iran, Turkije en China zijn machten in opkomst en alle drie hebben belangen in het Midden-Oosten. De kans dat die drie landen gemene zaak gaan maken is aanwezig. Ook dat dwingt Europa tot het kiezen van een eigen positie. Daar is het tot dusver nog niet van gekomen. Maar het feit dat afspraken niet meer gelden hoeft niet alleen de VS in de kaart te spelen. Ook Europa zit niet meer vast aan die afspraken en ook Europa kan een Europe First kaart uitspelen. Met betrekking tot de Britten is Europa al een eind die weg op gegaan, met betrekking tot de VS biedt die weg zich aan – als Europa het aanbod durft aan te nemen.

11 mei 2018

=0=





Water en wijn

Dit citaat vond ik op Wikisage: “Met ‘cultuurmarxisme’ bedoel ik dat het marxisme de culturele bovenbouw haatte omdat deze de aristocratische waarden weerspiegelde. Dat hield in: een hiërarchische verhouding tussen werkgever en werknemer, tussen ouder en kind, tussen docent en student, tussen het Westen en de rest van de wereld. Dit waardepatroon stond haaks op het marxistische gelijkheidsstreven en moest daarom worden geperverteerd zodat het ziek werd. Als de bovenbouw eenmaal ziek was kon deze worden ‘geruimd’.” (Sid Lukkassen, Avondland en identiteit. Soesterberg, Uitgeverij Aspekt 2015: 9)

Ik ben het eens met de auteur dat als je het beschrijft zoals hij het beschrijft de beschuldiging van complotdenken nergens op slaat. De auteur is het complotdenken ver voorbij, hij is het denken ver voorbij, hij is zichzelf ver voorbij. Hij verkeert elders, in andere sferen, caleidoscopische sferen, in (in zijn geval) sferen waarbinnen de diverse samenstellende delen als een tang op een varken slaan (bovenstaand citaat is daarvan, neem ik aan, een treffende illustratie).

De gelijkenis met Breitbart is opvallend. Ik citeer uit een artikel over de man van de hand van Rebecca Mead in The New Yorker (24 mei 2010). Breitbart, schrijft ze, “seems a familiar bicoastal type until he starts explaining his conviction that President Barack Obama’s election was the culmination of a plot, set in place in the nineteen-thirties by émigré members of the Frankfurt School, to take over Hollywood, the media, the academy, and the government, with the aim of imposing socialism. “He’s a Marxist,” Breitbart says of Obama. “His life work, his life experience, his life writings, and now his legislative legacy speak to his ideological point of view.”’

Het moet ongeveer in diezelfde periode geweest zijn dat, ergens in 2010, Martin Jay werd opgebeld met het verzoek of hij wat kon vertellen over de Frankfurter Schule. Jay kreeg dat type verzoeken vaak en hij ging er op in. Was het waar dat de Frankfurters het gewicht van hun, op Marx geïnspireerde, analyses verplaatsten van economie naar cultuur? Ja, dat zou je zo kunnen zeggen, was het antwoord van Jay. En zo waren er nog enkele vragen die hij allemaal braaf beantwoordde. Hij stond raar te kijken toen het resultaat van dit gesprek zo werd verwerkt dat het erop leek alsof hij het spook van het cultuurmarxisme op dezelfde manier interpreteerde als Breitbart, als (bij ons) Lukkassen en Baudet en Cliteur. Jay reageerde met een lang artikel in Salmagundi (No.168/9, Fall 2010/Winter 2011) getiteld ‘Dialectic of Counter-Enlightenment: The Frankfurt School as Scapegoat of the Lunatic Fringe’. Ik geloof dat de titel de reactie van de auteur meer dan voortreffelijk weergeeft en ik ben het met hem eens dat welk weerwoord dan ook boter aan de galg is. Eén kanttekening: de ‘krankjorume rand’ klinkt te onschuldig en ook te hoopvol. We hebben te maken met oplichters die beweren water in wijn te kunnen veranderen en die ons, als wij het resultaat uitspugen, voorhouden dat het cultuurmarxisme nu ook al onze wijnsmaak heeft overgenomen. Dat zou ik geen rand meer noemen en het verschijnsel zelf geen randverschijnsel. Eerder is het een soort kleverigheid dat aan alles, en in het bijzonder aan alles dat er graag van gevrijwaard zou blijven, blijft plakken.

10 mei 2018

=0=

 

Landing

Gisteren hoorde ik de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Verkeervliegers (VNV) zeggen dat je in Frankrijk veel geld kwijt bent aan landingsrechten. Dat is één reden dat Air France, dat die rechten ook moet betalen, niet erg ‘competitief’ is. De Franse staat roomt meer af dan goed is voor de concurrentiepositie van het bedrijf. Daaruit leid ik af dat de Franse minister van Economische Zaken de feiten geweld aandoet als hij beweert dat de vakbonden moeten inbinden om Air France concurrerend te maken. De Franse staat moet inbinden, maar daar hoorde ik hem niet over. Ik hoop maar dat onze minister van Infrastructuur en Waterstaat hem op zijn eenzijdigheid heeft gewezen bij haar bliksembezoek aan Parijs, gisteren. Ik reken er niet op. Haar reisje is voornamelijk overbodig, ze heeft niets te zeggen en niets in te brengen en wat ze zou moeten zeggen en enige burgermoed vereist (‘hou nou eens op met die goedkope truc om alles wat fout gaat af te boeken op kosten van de rechten van de werknemer en alles wat goed gaat op het bord te leggen van de directies en aandeelhouders), heeft ze niet gezegd.

Bovendien, wat is ‘competitief’ in de luchtvaart? Air France maakt winst, KLM maakt meer winst – is het dat wat de tegenwoordige definitie van concurrerend zijn inhoudt? Bepalen de prijsvechters de concurrentie? Of bepalen overheden met hun invloed op de prijs van kerosine, met de toewijzing en beprijzing van landingsrechten, met hun milieu- en geluids- en veiligheidseisen de concurrentie? Beide? Zijn overheden met hun belachelijke luchtvaartbeleid niet bezig de rechten van de werknemers op het hakblok te leggen en zijn ze niet bezig om elk beleid om het milieu te sparen te vermoorden? Staat ‘Parijs’ voor het klimaat of toch voor het bedrijfsleven? Merkwaardig, in de discussie over de stakingen en hun gevolgen in onze media heb ik hier helemaal niets over gehoord. Onze media denken bij economie steevast aan de hand die hen voedt. Ze worden gedreven door een slavenmentaliteit waarbij de slaven altijd schuldig zijn en de meesters het al moeilijk genoeg hebben.

Bepalen de prijsvechters de competitie? Als de prijsvechters bepalen dan verliezen de verkeersvliegers. Die hebben het overigens al verloren bij maatschappijen zoals Ryanair. Mijn indruk is dat het streven in ons land is om van alle verkeersvliegers kopieën van de verkeersvliegers van Ryanair te maken. Braaf, slaafs, schuw, stil, mak en makker en makst. En goedkoop, vergeet dat niet. En die kant moet het op als ik Sven Kockelmann (gisterochtend in gesprek met de voorzitter van de VNV), Mathijs Bouman (econoom van dienst bij Nieuwsuur), het Journaal en andere mediamonden en mediabakkesen moet geloven.

Tja, hoe gaat dat. Het patroon kennen we zo langzamerhand wel. Elke werknemerseis is een kostenpost voor het bedrijf, daarom zijn er geen redelijke werknemerseisen en werknemerseisen zoals die gebruikelijk zijn in Frankrijk zijn zo buitensporig dat zelfs wij er last van kunnen krijgen. Weg ermee!

Ryanair is al sinds jaar en dag de Deliveroo van de vliegwereld. Het is de toekomst en de media zullen er pas achter komen als het zo ver is en als het zo ver is, is het te laat. In ons land heeft alleen de voorzitter van de VNV het door – Sven Kockelmann en Mathijs Bouman ten spijt. Het is droef en het is wat en zoals het is.

8 mei 2018

=0=